Minder suiker in de eerste 1000 levensdagen verlaagt Alzheimer-risico
Mensen die hun eerste duizend levensdagen doorbrachten onder de Britse suikerrantsoenering — het bonnensysteem waarmee het Verenigd Koninkrijk tijdens en na de Tweede Wereldoorlog schaarse voedingsmiddelen verdeelde — hadden op latere leeftijd een 46 procent lager risico op de ziekte van Alzheimer.
Dat blijkt uit een analyse, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift npj Aging, van gegevens van 60.394 Britten die tussen 1951 en 1956 zijn geboren. Ook het algemene risico op dementie lag bij deze groep 27 procent lager dan bij mensen die na afloop van de rationering werden geboren.
Suikerrantsoenering als natuurlijk experiment
Het Verenigd Koninkrijk voerde de rantsoenering begin 1940 in, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Duitse aanvallen op scheepvaart bedreigden de voedselaanvoer, waardoor ernstige tekorten dreigden. De Britse regering greep in met een streng bonnensysteem, waaronder ook voor suiker. Net als in andere Europese landen bleven veel producten daarna nog jaren gerantsoeneerd, ook lang na het einde van de oorlog. Kinderen jonger dan twee jaar kregen geen eigen suikerrantsoen, waardoor snoep voor hen nauwelijks beschikbaar was. Pas in september 1953 verviel de beperking, waarna de suikerconsumptie snel steeg.
Volwassenen namen tijdens de rationering gemiddeld ongeveer 41 gram suiker per dag tot zich, een hoeveelheid die grofweg overeenkomt met de huidige voedingsadviezen. Na het einde van de rationering steeg dit naar ongeveer 80 gram per dag. Bij kinderen nam de snoepconsumptie toe tot meer dan het dubbele. Zo ontstonden twee bijna even oude groepen met een sterk verschillende vroege voeding, wat onderzoekers als een natuurlijk experiment gebruikten.
Suikerbeperking in de eerste 2 levensjaren heeft het grootste effect op Alzheimer-risico
De wetenschappers verdeelden de deelnemers naar het moment waarop zij aan de suikerrantsoenering waren blootgesteld: uitsluitend in de baarmoeder, in de baarmoeder tot maximaal twee jaar na de geboorte, of helemaal niet. De duidelijkste verschillen in Alzheimer-risico deden zich voor bij mensen van wie de suikerinname ook na de geboorte beperkt bleef. Blootstelling uitsluitend tijdens de zwangerschap hing daarentegen samen met weinig duidelijke verschillen.
De eerste duizend dagen lopen vanaf de bevruchting tot ongeveer de tweede verjaardag. Onderzoeker Bing Zhang noemt deze periode een kritieke fase waarin de hersenen zich snel ontwikkelen en gevoelig reageren op wat ze binnenkrijgen.
Ook minder depressie en angst
Bij deelnemers die op heel jonge leeftijd minder suiker binnenkregen, kwamen ook andere aandoeningen minder vaak voor. Het risico op depressie lag 11 procent lager en het risico op angststoornissen 20 procent lager. Voor de ziekte van Parkinson vonden de onderzoekers geen vergelijkbaar verband. Het verband met depressie en angststoornissen werd sterker wanneer de suikerbeperking na de geboorte langer dan zes maanden duurde.
Bij een deel van de deelnemers maakten de onderzoekers ook MRI-scans van de hersenen. Bij mensen die ook na hun geboorte nog onder rationering leefden, lag de berekende hersenleeftijd gemiddeld 0,39 jaar onder de biologische leeftijd. Ook waren de hippocampus en thalamus gemiddeld groter. De hippocampus is belangrijk voor het vormen en ophalen van herinneringen. Bij de ziekte van Alzheimer behoort dit gebied tot de hersendelen die vroeg veranderingen kunnen vertonen.
Suiker en Alzheimer: verband zonder bewezen oorzaak
De onderzoekers benadrukken dat minder suiker op babyleeftijd niet automatisch Alzheimer voorkomt. Deelnemers werden niet willekeurig aan een dieet toegewezen en de exacte suikerinname van individuele moeders en kinderen is onbekend. Groot-Brittannië veranderde destijds ook op andere vlakken, hoewel in de berekeningen al rekening is gehouden met geboorteplaats, sociaaleconomische factoren en genetische verschillen.
Van de ruim 60.000 deelnemers ontwikkelden 307 mensen dementie, van wie 123 de ziekte van Alzheimer kregen. De genoemde 46 procent beschrijft dus een relatief verschil tussen groepen, niet de kans dat één persoon de ziekte krijgt. De UK Biobank bestaat bovendien overwegend uit witte deelnemers die gemiddeld gezonder zijn dan de algemene Britse bevolking, waardoor de resultaten niet zonder meer voor alle bevolkingsgroepen gelden.
Volgens Zhang kan een hoge suikerinname op jonge leeftijd bijdragen aan insulineresistentie en chronische laaggradige ontstekingen, beide bekende risicofactoren voor dementie. Deze mechanismen zijn in het onderzoek zelf niet rechtstreeks getoetst.

Spelende peuters (@Gemini-AI-impressie)
Ze hebben ontdekt dat insuline neusspray Alzheimer symptomen vermindert wanneer het al aanwezig is, het heeft ook een positief effect op bv Parkinson, en msa, en ook brain fog en cognitieve problemen. Maar daar heeft big pharma zo weinig aan.
https://newsnetwork.mayoc(...)o-type-iii-diabetes/
Aan de andere kant heerst dementie niet in de familie, dus dat scheelt.
Ssst..nope
En enZZ
Maar de stevia was wel goed .
De laatste 50 jaar hebben we last van waarzeggers weterschappers die te koop zijn.
Op producten waar druiven suiker word gebruikt .
Wat bestaat uit jawel vocht van de druif zelf.
Om te kunnen reageren moet je zijn ingelogd op FOK.nl. Als je nog geen account hebt kun je gratis een FOK!account aanmaken